Verjaardag

Deel
Verjaardag
Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wie zijn de grootste flikkers van het hele strand?

365 dagen had ik de tijd om een stukje te schrijven over hoe het is om zonder zelfmoordgedachten te leven. Dat is hoe lang ik het nu al doe. Geheel onverwacht had ik het grotendeels al af - mijn oud-docenten zouden trots zijn. Die trots is echter van korte duur, want op de valreep heb ik dit stuk in de prullenbak gesodemieterd en schrijf ik dit stuk de avond van tevoren. Sommige dingen veranderen nooit.

Mijn leven kent een ongekende luxe: voor mijn gevoel heb ik drie verjaardagen. Een waar ik nooit om heb gevraagd (en waar er, als je het mij vroeg, veel te veel van volgden), een "echte" verjaardag: de dag dat ik startte met hormonen, en de dag dat de grote zelfmoordmachine in mijn hoofd stopte met de productie van "ik wil dood". Drie momenten die redelijk definierend waren voor mijn leven.

De beste verjaardag was toch die van Geert. Cake is nou eenmaal lekkerder doordrenkt van verwarde bakkerstranen omdat ze "homo" op haar baksel moest schrijven.

Het oorspronkelijke plan was om terug te blikken op hoe het me vergaan is sinds die laatstgenoemde dag, nu een jaar geleden. De laatste drie dagen heb ik echter zoveel in mijn ziel lopen wroeten dat dat nu vrij zinloos voelt. Te makkelijk. Dus wilde ik het nu over een andere boeg gooien die eerlijker voelt voor mij. Maar wel met wat foto's van het afgelopen jaar want dat is gewoon leuk.

Point in case: dit was gewoon leuk.
Dit ook.
Dit niet.

Hier wat context: een jaar geleden wilde ik heel erg dood, en daar had ik concrete plannen voor. We kwamen net uit Japan en dat was een beetje het eindpunt voor mij, maar niet voor ik mijn huisarts nog even wat vervloekte souvenirs zou geven. Dit hoorde eigenlijk helemaal niet tot mijn plan, maar het leven is als ikzelf: het loopt nou eenmaal raar. Afijn, lang verhaal kort: ik geef aan niet meer te willen leven zonder daarover in detail te treden, de beste man probeert nog houvast voor me te vinden en ik zeg geïrriteerd dat ik nou eenmaal niet meer wíl. Na een korte stilte antwoordt hij "misschien moet je ook helemaal niks", ik ga (nog geïrriteerder) naar huis, val in slaap, zie plots hoe heel mijn leven een aaneenschakeling is van verplichtingen door de PTSS (je moet alert zijn, je moet je schrap zetten, je moet alles in de gaten houden...) en andere opvoedkundige onvoldoendes en daarmee verdwenen die verplichtingen als sneeuw voor de zon. Toen ik wakker werd was alles anders: de zelfmoordgedachten waren gestopt en een hele poos heb ik zonder klachten geleefd. Dit alles aan de LSD uiteraard, anders hou ik het niet vol bij bovengenoemde kwelgeest danwel huisarts.

In die tijd had ik ruimte om na te denken over een toekomst en daar ook naar te handelen. Bijvoorbeeld in de vorm van een nieuw huis in een omgeving die niet zo triggert. Want beter ben ik zeker niet. Ik sta nog steeds "aan", schrik nog steeds van elk onverwacht geluid, kan nog steeds geen broodje vasthouden zonder het onbewust fijn te knijpen. Nog steeds is daar het gevoel, de overtuiging, dat iemand me elk moment neer gaat steken, me wat aan gaat doen. Nu misschien wel meer dan ooit. Want ik heb er de ruimte voor. Op het eerste gezicht klinkt dat paradoxaal of als een terugval, maar juist nu ik in een omgeving zit die veiliger is en ik een vangnet heb, heb ik de ruimte om dingen te gaan verwerken. Deze keer zonder de dood als oplossing.

Deze mensen sloopten mijn huis en repareerden mijn ziel.
Beste aankoop ooit. Nooit gedacht dat ik mijn bruine voorouders trots zou maken en nu een witte man kon kopen!
Je kan de suïcidaliteit wel uit een kind halen, een kind niet uit de suïcidaliteit. - Marco Borsato ofzo.

Daar had ik heel wat woorden aan vuil gemaakt, maar de laatste dagen is dat zinloos aan gaan voelen. Deze dagen waren veelbewogen, in tegenstelling tot wij gezien wij alleen maar liggen te wellen als rozijnen aan de Spaanse kust. Vandaag is het dus mijn "ik wil niet dood" verjaardag, gister was het Geerts "ik ben oud" verjaardag, en eergister was het Jans "ik word nooit meer ouder" verjaardag. Zeker die laatste is een dag die normaliter beladen is. Er gaat immers geen dag voorbij dat ik niet aan hem denk. Echter heb ik de dag ervoor in de snoeppot van God gegraaid en daar wat van in mijn mond gestopt, deze keer in de vorm van 2cb.

Menig mens heeft 2cb omschreven als een niet bijster spiritueel goedje. Wel heel visueel en entactogeen, maar niet met zo'n fucked up headspace als bijvoorbeeld LSD (daarbij heb ik vaak het idee dat ik simultaan -5 en 500 IQ heb, doe daarmee wat je wil). Ik steek een spirituele middelvinger op naar diegenen, want dit was denk ik de heftigste ervaring die ik tot dusver heb gehad. Maar misschien verkeer ik permanent in een existentiële crisis.

Ik wil niet dood, ik hou gewoon van treinen.
Wat weet ik nou, ik praat gewoon poep.

Een uitgebreide trip report van de hele dag ga ik niet schrijven, want met elk woord dat ik wijd aan deze ervaring doe ik hem tekort. Het belangrijkste was het begin: ik lag op het strand en keek naar de rotsen en de bomen, en zag daar allerlei fractals in zoals dat gaat aan de drugs. Mandala's, geometrische vormen, Mandelbrot effecten, noem maar op. Dit vond ik erg mooi en plezierig, en ook in de bomen zag ik allerlei patronen. Ik was erg tevreden met de sacred geometry.

Tot dit ineens overal was. De bomen liepen over in de strakblauwe lucht, waar ik evengoed die patronen in ging zien - in het niets dus. Het niets bleek dus helemaal niet niets, en al snel was er geen ontkomen meer aan. Het was overal en werd alleen maar intenser.

Dit was ook vrij intens maar allesbehalve heilig.
Mijn vuile homogedachten werden gestolen.

"Straks word ik verpletterd door God en is er niemand meer om het na te vertellen", dacht ik. Oftewel: straks ga ik dood en kan ik het niet meer navertellen. Dit was mijn laatste gedachte voor mijn fragiele brein zichzelf hierover brak, waarna er niets anders was dan wat men vroeger omschreef als goddelijke extase. Er was geen ik meer om dit alles te ervaren: ik wás het geluid, het zand, de zon, de tijd - alle tijd die ooit was en zal zijn. Dit was zo overweldigend dat ik het ook in heel mijn lichaam voelde. Zoals Geert zei "ah, je hebt het ervaren ervaren". De pure kern van het bestaan, puur zijn, ongehinderd door gedachten, gevoelens of meningen. Het was zalig.

Dit was ook zalig.
Je kan een week op meditatieretreat gaan of gewoon een pilletje nemen. Maar op retreat krijg je wel een bonus-oma!

"Word ik gek? Is dit het? Ben ik zo'n verhaal van iemand die drugs neemt en doordraait en blijft dit voor altijd zo?", vroeg ik mezelf na een tijdje verdwaasd af. "Jammer voor Geert, maar als dit de prijs is, so be it". En met die overgave werd ik weer gelanceerd in de grote alles. Af en toe dook er een soortgelijke gedachte op, en elke keer als ik dat model losliet van mezelf kwam ik weer terug in die staat van puur zijn - niet te verwarren met de puurheid die Thierry Baudet op het oog heeft. Op een gegeven moment lag ik daar en besefte ik dat ik totaal geen herinneringen meer had, geen model van mezelf, geen notie van wie ik was. "Oh jee, ben ik fucked?", maar al snel kon ik die vraag beantwoorden met een "nee". De verhalen die ik mezelf vertel om mezelf te definiëren aan de hand van mijn verleden, zijn niet nodig om te bestaan.

Sterker nog: nooit heb ik me zo aanwezig, zo levend gevoeld, als toen.

Al moet ik zeggen dat deze avond ook vrij levendig was, maar dat kwam door de spruitjes.
Hier zaaiden we vooral dood en verderf.

Dat lijkt haaks te staan op wat de GGZ mij vertelt, en wat ik lang ook heb geloofd: met mijn DIS heb ik gaten in mijn geheugen groter dan Geerts moeder, en belangrijke gebeurtenissen herinner ik me vaker niet dan wel. Wie ben ik dan nog, zonder geschiedenis? Nu zie ik dat dat geen probleem hoeft te zijn. Natuurlijk is het wel handig als je onthoudt hoe je moet eten of waar je woont, maar dat is anders: dat is meer praktisch en niet per se onderdeel van de identiteit die je jezelf aanmeet. En zo, zonder herinneringen en zonder gedachten, zonder identiteit, bestond ik harder dan ooit tevoren.

In dat licht voelt het zinloos iets te posten over het afgelopen jaar, om mezelf en eenieder die dit leest weer een verhaal te vertellen op basis van mijn verleden. Mijn hele leven wordt tot dusver gedomineerd (kinky) door mijn PTSS, en de laatste jaren heb ik gedaan wat ik kon om de impact hiervan te minimaliseren. Meditatie, drugs, mislukte therapieën, altijd op zoek naar het volgende ding dat me verlost. Maar na dit moment aan de 2cb doet het me niks meer. Het boeit me gewoon niet meer.

Ja, ik sta continu op scherp, ik ben niet gediend van mannen, ik kan niet normaal een broodje vasthouden zonder het helemaal fijn te knijpen en schrik van elk onverwacht geluid. Ik ben nou eenmaal gemaakt voor patroonherkenning: dit was de enige manier waarop mijn brein dacht dat het kon overleven. Scan alles, weet alles, voorkom alles.

Ik scan vooral op mogelijkheden kinderachtige foto's te maken.
Point in case.

Terwijl ik daar geplet ligt te worden, keren de gedachten langzaam terug en daarmee het besef hoe bizar de hele situatie is. Niet Gods face sitting, maar dit pathologische denken. Het stemmetje in je hoofd (of in mijn geval meerdere) dat de noodzaak voelt om continu te vertellen waar het aan moet denken bij elke prikkel, en waar die prikkels het aan doet denken en voor je het weet ben je 34 afdwalingen later en zeg je dit hardop en kijkt iedereen je aan alsof je uit een fles curry drinkt.

En, erger nog: het plaatst een haast ondoordringbaar membraan tussen jou en de werkelijkheid, waardoor je meer in je hoofd leeft dan in de wereld zoals die is. Vervelend! Dus wat doe je daaraan? Controle! Grip! Dit veranderen! Het moet anders! Gewoon een ander patroontje erop plakken dus, het vervangen door wat je denkt dat het moet zijn. Mijn brein verlangt zó naar controle dat het denkt dit te krijgen door alles maar vast te leggen, er betekenis in te plaatsen, alsof denken dingen echt maakt, geordend maakt. Voorspelbaar maakt. En van al dat grijpen raakt het continu overbelast. Niet gek met een brein van 2kB, zoals Jan altijd zei.

Dit is hoe mijn hoofd voelt.
Mijn 2 hersencellen die proberen contact te maken met elkaar.
Contact established.

Nog op adem komend van Gods billen op mijn gezicht, besluit ik dat ik daar geen zin meer in heb. Ik geef het op. Ik geef me over. Wat de prijs ook is, het enige dat ik nog wil is die vrijheid die ik net heb mogen ervaren. De vrijheid van het geen gedachten hebben en gewoon aanwezig zijn. Iets is alleen maar teveel als je het probeert vast te houden, en nu is het tijd om los te laten.

Het boeit me gewoon niet meer, anders dan dit kan ik het niet omschrijven. Ik zet me minder schrap, laat me minder afleiden door triggers en gedachten. Er is steeds weer een nieuw moment, en nog voor de impuls opkomt weer controle te willen uitoefenen wanneer mijn PTSS getriggerd raakt, is dit alweer uitgedoofd want er is alweer een nieuw moment aangebroken. Momenten die minder gekleurd worden door mijn verleden en patroonherkenning. Misschien omdat deze ervaring nog vers in mijn systeem zit. Wie weet dooft het nog uit. Dat maakt voor nu niets uit.

Het laat me allemaal koud.
Geen woorden nodig.

Jans verjaardag is bij uitstek een dag waarop ik stil sta bij het verleden, maar ook de toekomst die we niet meer zullen delen. Elk jaar zie ik daar weer tegenop, net zoals zijn sterfdag. Deze week was dat niet anders. Tot de dag ervoor. Toen werd ik me bewust van hoe erg ik het leven daarmee buitensluit, en elk moment aan me voorbij laat gaan. Dat wil ik niet meer.

Dus heb ik die dag zoveel mogelijk geleefd door gewoon aanwezig te zijn in ieder moment, me bewust te zijn van wat er gebeurt zonder me daaraan vast te klampen (dingen te analyseren, begrijpen, voorkomen) of te verzetten. Hierdoor heb ik eindelijk het idee dat ik niet meer zo achter de feiten aanloop en meer aanwezig kan zijn.

Dit etablissement kan vooral rekenen op de aanwezigheid van Geerts moeder.
Hetzelfde geldt voor deze straat.

Vandaag, op Geerts verjaardag, was de zee wild. In de branding hebben we ons in elkaar laten slaan door Poseidon, en minstens 5 huidlagen eraf laten scrubben door continu op het zand gegooid te worden. Toch kan ik een kleine krachtmeting met Poseidon niet weerstaan, en ik probeer te blijven staan terwijl de golven op me in beuken. Na een tijdje voeg ik me bij Geert, die met de golven meedeint. Het is daar dat ik merk dat ik wel genoegdoening haal uit sterk genoeg zijn om me te verzetten tegen de meeste golven, maar dat het ook een stuk vermoeiender is dan gewoon met de golven meebewegen.

Dit doe je het best met duivenmasker op natuurlijk.
Mijn rots in de branding.
Cracking open a cold one.

Misschien moet ik dat vaker doen. Ik ben dan wel akoestisch, ik moet niet elke golf gaan labelen en rangschikken. Dat een golf Geert in zijn ballen slaat zegt helemaal niets over die golf - wel over mijn superioriteit, want ik heb geen ballen om in geslagen te worden. Het zijn maar prikkels waar je een label aan geeft. Dat label verandert niks aan de prikkel - het limiteert je beleving, of, erger nog: bepaalt hoe je deze ervaart. Met fysieke pijn lukt dit me aardig. Een van de voordelen van als kind ziek worden. Mentaal blijkt dit een pittigere opgave.

Dat klinkt vaag dus hier een veel te platgeslagen voorbeeld want deze tekst is al zo lang: als een kind voor het eerst een hond ziet en vraagt wat dat is, verandert het antwoord "hond" helemaal niets aan de hond die daar op dat moment is. Het geeft het kind echter wel limitaties in wat een hond wel en niet is.

Rare hond.
Hond met hoedje.

Leven, écht leven, is ja zeggen tegen álles, zonder die labels. Tegen elk moment. Ook als dat herbelevingen en nachtmerries zijn, vervelende situaties of personen of Bon Jovi op de radio. En er vervolgens mee dealen. Bij voorkeur door die radio uit te zetten. Om elk moment te beleven zoals het is, en niet je interpretatie ervan. Zoals de Boeddhisten zeggen: met een beginner's mind.

Het lijkt misschien menselijk om de minder plezierige dingen in het leven te mijden: pijn, verdriet, angst, we willen het allemaal niet. En als het er dan toch is, laat het dan zo snel mogelijk voorbij gaan. Vooral niet stilstaan. Dat is achteruitgang.

Met die kapotte knieën van mij kom ik sowieso niet vooruit, dus dan maar zo.
Alles op rolletjes.

Onderweg naar ons huisje passeer ik een bedelaar. Dakloos. Zoals je ze steeds vaker in Nederland passeert, maar nooit echt aankijkt. Hoe vaak heb ik oogcontact vermeden, niet omdat ik dat bij iedereen doe omdat ogen voelen als dodelijke lasers, maar om het lijden maar niet te hoeven zien? Om hem maar te labelen als "junk", "dronkaard" of "zwerver" in plaats van de mens te zien? Wat zou er gebeuren als we dat wel zouden doen?

Ik denk aan mijn katholieke moeder en haar afschuw bij de scènes op Animal Planet waarin de leeuwen de antilopen verscheuren. Haar "Hallelujah, prijs de Heer" wanneer er iets meezit, maar haar onvermogen om diezelfde "goddelijkheid" te zien in mijn ziekte, mijn gender, mijn trauma. Want uiteindelijk is het allemaal hetzelfde: gebeurtenissen. Behalve mijn lichaam, dat is daadwerkelijk goddelijk.

Om over mijn gezicht nog maar te zwijgen.
Autismofobie in het wild.
Doe mij dan maar dit bord.

Ontneem je iemand juist niet hun menselijkheid door weg te kijken van hun lijden? Heeft de GGZ er, samen met mij, in gefaald om überhaupt te erkennen dat er lijden was, is, in mijn leven, door het zo snel mogelijk maar te willen fixen want wee degene die niet zo snel mogelijk weer terugkeert naar het arbeidsleven?

En vooral, wat gebeurt er als je dat lijden wel hebt erkend, en voorbijgaat aan dat label en het uiteindelijk weer een nieuw moment is, het leven zoals het is? Zonder weg te kijken, zonder vast te klampen?

Naast mijn verlangen naar een leven zonder Bon Jovi , is het enige dat ik nu nog wil me overgeven en zo dichter bij die beginner's mind te komen die ik een paar dagen terug heb ervaren. Zonder die labels en connotaties van mijn grijpgrage brein. Al ga ik van Bon Jovi ook overgeven.

Poseidon heeft in mijn gezicht overgegeven bij de gedachte aan Bon Jovi.

Hoe ik dat ga doen? Doorgaan waar ik vorig jaar begon: stap voor stap leren in het hier en nu te zijn, door mijn lichaam langzaam te leren dat het ook gewoon mag bestaan in plaats van te overleven. Bewustwording van het pathologische denken. De sleutel tot aanwezigheid ligt in het hier en nu, en niet in een verleden dat niet meer bestaat maar waar toch eindeloos in gewroet moet worden.

Maar voor nu betekent het dat we teruggaan naar waar het 30 jaar geleden mee begon: schreeuwend, naakt en verwarring zaaiend bij de aanwezigen.

Missie nu al geslaagd.
Je kan winnen als je wil, en als je het wil kan je winnen.
Haha kont.

Omdat je het aan hebt gedurfd verder te scrollen dan mijn kont, hier als mosterd na de maaltijd als samenvatting voor dit alles een gedachte die ik later aan de 2cb had, dobberend in de zee met de rotsachtige kust voor me:

"Wat een geschenk is elke dag op deze prachtige wereld."