Onzichtbaar
Een van mijn favoriete bands is Underworld. Ooit begonnen als Freur, met hun zoetsappige "hit" Doot Doot die te horen was in Vanilla Sky. Later bekend van het ietwat minder zoetsappige Born Slippy, hét nummer van Trainspotting. De boomers onder ons zullen schreeuwen dat elektronische muziek geen échte muziek is en hier spontaan eROCKtile dysfunction van krijgen, maar ik draag met trots mijn shirtje met de tekst van Rez/Cowgirl: I'm invisible. Niet dat de tekst zo met mij resoneert, al ben ik in het land van de lopende ladders soms wel onzichtbaar met mijn 1.60. Maar misschien is onzichtbaarheid wel het woord dat het gevoel het meest accuraat beschrijft waar ik de laatste tijd mee kamp. Het meest overduidelijke voorbeeld is meteen het meest recente: mijn reuma. Er leek verbetering, maar toen ik vanwege mijn operatie tijdelijk moest stoppen met de medicatie, was het terug bij af. Op zich niet zo'n probleem, behalve als ik over mijn grenzen heen blijf gaan. Dat is lastig, want bruine mensen zoals ik hebben altijd maling aan grenzen als ik onze geblondeerde messias moet geloven. En zo mochten we afgelopen vrijdag dus even snel op en neer naar de reumatoloog in Eindhoven voor een injectie in mijn knie, zodat ik snel weer met mijn hoerenbeentjes kan staan popelen bij Max Cooper en op Roadburn.


Die grenzen bewaken was in huis ook al lastig met alles wat er moest gebeuren: koplatten latexen (niet zo kinky als het klinkt), het tuinhuisje schuren en beitsen, tegelwippen, de zolder inrichten, het "gewone" huishouden, een poging tot mijn sociale leven opnieuw opstarten... Dat kost allemaal energie. Als ik mijn reumatoloog moet geloven, is mijn batterij altijd een stukje leger vanwege alle chronische ontstekingen in mijn lichaam (ik denk zelf dat het aannemelijker is dat ik continu bezig ben met heet zijn en daarmee veel energie verbrand). Dat betekent keuzes maken, en dat doe ik met plezier. Ga ik naar een concert, dan weet ik dat dat me wat kost. Komt er iemand op bezoek waardoor ik moet opruimen en schoonmaken (ik huil voor elke stap die werkmensen doen in mijn huis met hun vieze schoenen), en ook sociaal doen kost een rib uit mijn zieke lijf. Met kleine klusjes gaat het evengoed zo: doe ik vandaag de was, of ga ik koken? Het zou me niet verbazen als wij nu voor 50% uit pizza bestaan.



De keuzes en consequenties ziet men niet. Deels is dat een keuze. Een rolstoel is zichtbaar natuurlijk, en dat vind ik maar niks - mensen die je normaal vuil aankijken omdat je te donker bent voor hun interne kleurenwaaier, lachen ineens vol medelijden naar je. Ik ben dan vaak liever onzichtbaar, ook op andere vlakken: niemand heeft wat aan geklaag over pijn, uitputting en slapeloze nachten. Ik richt me liever op wat ik wel kan op het moment zelf. Bijvoorbeeld zieke wheelies doen.
Waarvan akte.

Maar wanneer je er wel voor kiest om zichtbaar te zijn, door bijvoorbeeld je grenzen aan te geven, stuit je vaak op een ander soort onzichtbaarheid. Namelijk de soort die je haast wordt opgelegd. Geef ik aan bijvoorbeeld duidelijke communicatie nodig te hebben over de planning, omdat ik mijn energie nou eenmaal heel bewust moet verdelen, dan wordt mij vaak de keus uit handen genomen. "Dat hoef je niet te doen, ik wil niet dat je over je grenzen heen gaat", wordt er dan goedbedoeld gedacht en gezegd. Prima, ik heb nu een tuin met een mooie muur. Zal ik er tegenaan staan en haal jij de trekker dan over? Als ik niet over mijn grenzen heen moet gaan kan ik enkel in bed blijven liggen en daar heb ik geen zin in.


Ik wil graag zelf die keuze kunnen maken, maar in plaats daarvan trekt men zich vaak terug. Vraagt me minder mee, wil me niet tot last zijn en deelt ook steeds minder over hun leven: ik zou immers al genoeg aan mijn hoofd hebben. De ander bepaalt mijn grenzen voor me. Zo voel ik me dubbel onzichtbaar: mijn autonomie wordt me afgenomen, en uiteindelijk zit je weer alleen thuis omdat niemand je "tot last wil zijn". Het tegenovergestelde van wat je wil vaak, als je je voelt als een kapotte opgezette alligator uit de kringloop: niets bestrijd pijn zo goed als afleiding. Tsja, dan kan ik niet anders dan een toeter monteren op mijn rolstoel. Hoe word ik anders nog gehoord? Met een fysieke ziekte dealen vinden mensen dus al lastig als die onzichtbaar is. Laat staan als we naar concepten gaan als rouw. Of wiskunde. Die twee zijn nauw verwant. Op het gebied van de een heb ik veel ervaring. Op het gebied van de ander ook, maar daar was ik toch minder goed in. Ik weet ook niet wat ik zeg.


Al eerder schreef ik dat rouw snel onzichtbaar wordt. Het leven gaat immers door, en dat is nodig, hoewel het soms frustrerend kan zijn. Inmiddels ben ik op een punt dat ik dat prima vind. Dat betekent niet dat het me nooit meer in mijn gezicht slaat als een rotte forel. Je hebt natuurlijk de gebruikelijke mijlpalen, en zeker het eerste jaar staan mensen daar gelukkig nog bij stil: verjaardagen, feestdagen, sterfdagen, gebeurtenissen zoals geboortes of huwelijken, dat soort dingen. Maar na een tijdje ben jij de enige die er nog aan denkt. En dat is oke - je leert het dragen, en dat dat ook iets moois heeft.


Tot het teveel wordt. Ik zag namelijk niet aankomen dat de verhuizing die rouw zo erg zou triggeren. Sinds we hier wonen droom ik nagenoeg elke nacht over Jan. En als ik dit niet zag aankomen, dan anderen al helemaal niet. Dat maakt het des te lastiger om er over te praten - hoe praat je als niemand ernaar vraagt, en hier toch niets mee kan? Het interesseert men niet, denk ik dan, en de dood is nog steeds iets waar mensen niet graag over praten. Daarnaast - hoe leg je dit uit? Dat het toch onveilig voelt nu in een huis te zijn waar jij nooit was, waar jij de sleutel niet van hebt? Ik kijk om me heen en zie je niet meer zitten, ik zie je niet meer binnenlopen. Het is alsof ik in één dag honderd jaar verder ben verhuisd. Onbewust heb ik toch troost of veiligheid geput uit de wetenschap, de hoopvolle illusie, dat Jan hier, in het oude huis, ooit was en nog een beetje is misschien. Niet te vergeten het sluimerende gevoel dat dit elk moment opnieuw kan gebeuren, gaat gebeuren - dus zet je maar vast schrap. Het is wederom een moment waarop de leegte zwaarte wordt. Gelukkig heb ik ziek sterke benen en een dikke reet om het mee te dragen. En met de wetenschap dat die zwaarte liefde is, wordt het draaglijk. Ergens voelt dat ook onzichtbaar. Niet dat ik medelijden wil - absoluut niet. Soms zoek ik alleen een beetje een handleiding om hiermee om te gaan.

Dat zoeken doe ik vaak te hard, met uitputting tot gevolg. In dat gevoel van onveiligheid zoek ik houvast, een handleiding, probeer ik onbewust toch controle te hebben door naar door te blijven gaan. Ik zoek een quick fix. Hoe draag ik dit? Hoe slaap ik weer? Hoe blijf ik nuttig en productief? Hoe neem ik Geert zoveel mogelijk uit handen? Hoe werken magneten? Ik zoek naar een quick fix. Mijn probleem is dat ik overal een oplossing voor wil vinden. De quick fix is dat er geen probleem is. Iets is alleen een probleem als er een oplossing voor nodig is. Anders is het gewoon zo. Dankjewel drugs. Die ik nam in Zeeland. Bij Zoutelande. Over een bad trip gesproken.


Het was een korte adempauze die ik nodig had. Een moment van inzicht. Geen nieuwe informatie, wel een koerscorrectie. Ongetwijfeld ga ik dit nog heel vaak nodig hebben, en dat is ook niet erg. Want dat zag ik ook: het is niet erg dat ik het niet zelf kan. Dat ik die veiligheid niet uit mezelf kan halen is niet het probleem. Dat die veiligheid uit mijn huisarts komt is niet het probleem. Er is geen probleem: het is nou eenmaal zo. Met man en macht probeer ik het zelf te kunnen sinds we weten dat we gaan verhuizen. Veiligheid zoeken in iets anders dan mijn huisarts: bezig blijven, een routine opbouwen. Iets dat me ook heel veel energie kost. Energie die even lastig te realiseren blijkt als een links kabinet. Leuk dat ik me nu veilig voel bij/door mijn huisarts, ik moet het nou eenmaal zelf kunnen op de lange termijn. Dat leer je ook in "therapie". Dan maar nu. Zo snel mogelijk. Dan ben ik er vanaf. Iets met een zure appel. Ookal vind ik die lekkerder dan zoete. Maarja, volgens Geert had ik toch geen smaak want ik luister vrijwillig naar de eerste 3 Coldplay albums.

Ergens zo snel mogelijk uit willen is geen veiligheid. Ik moet er echt in leren blijven zitten. En pas als ik er niet meer uit wil, dan ben ik er al uit. Klinkt tegenstrijdig, maar wel logisch - in mijn drugshoofd dan. Sinds ik dat in heb gezien, is er een hele last van mijn schouders gevallen. Een last die al die tijd onzichtbaar was. Deze keer onzichtbaar voor mij, en niet voor anderen. Sterker nog - hij heeft het me ook geprobeerd te vertellen: er is geen haast, je moet dit proces doorlopen, je kan hier blijven zo lang nodig is. Ik ben hier. En dat hier is soms nog verdomd lastig, wanneer je lijf en je hoofd alle aandacht opeisen met hun getetter. Getetter dat luid is, maar ook zo alomtegenwoordig dat je het niet meer opmerkt. Het langzaam onzichtbaar wordt.



Wanneer ik mensen vertel dat LSD mijn favoriete drug is en het mij heel erg helpt, schrikken ze soms. Het heeft een slechte reputatie. Men denkt al gauw dat je er heel erg van gaat hallucineren, allerlei dingen gaat zien die er niet zijn. Ergens is dat ook zo. Ik zie de onzichtbare gedrags- en denkpatronen die me belemmeren. En daarmee verdwijnen ze vaak als sneeuw voor de Zeeuwse zon. Als cocaïne voor de neus van de zanger van Bløf. En net zoals bij die laatste zal er ongetwijfeld weer een nieuwe lading aankomen. Tot die tijd doen we het er maar mee. In het oude strandhuis. Dat is niet onzichtbaar, dat is onluisterbaar.
Ook onluisterbaar: het Paasconcert van de Hostiband.
