Inbergeren
Het is nu een maand dat we ons nieuwe stekje in Bergen op Zoom ons thuis kunnen noemen.

Althans, als dat de definitie van thuis is. Als dat de plek is waar je je nieuwe inboedel hebt staan met dank aan een aantal superlieve mensen, dan is dit ons thuis. Of alles op zijn plek staat is een tweede - dat liep wat vertraging op. Vlak voor de verhuizing bleek namelijk dat ik een zenuwaandoening aan mijn voeten heb, waardoor staan en lopen, net zoals de schoonspringcarrière van Patty Brard, geen succes was. Op de verhuisdag was het dus vooral spullen in- en uitladen, terwijl ik een beetje mooi zat te wezen. In de chaos van spullen bleek er ook nog een deel van het matras kwijt te zijn (???), dus zat er niks anders op dan bij mijn ouders te blijven, waar Sybrand ook uit logeren was.



Dat was best een mindfuck - zeker gezien toen we er achter kwamen dat mijn vader zijn collega's 10 jaar niet had verteld dat ik in transitie ben geweest. De combinatie van dat, de stress rondom van alles moeten doen maar niets kunnen en het voor mijn gevoel wegvallen van het vangnet dat ik in Eindhoven had in de vorm van mijn vreemde huisarts, zorgden ervoor dat ik niet heel lekker ging.
Maar de enige weg is vooruit, dus langzaam kwam er wat schot in de zaak, voor een groot deel dankzij Geert die ook gewoon nog moest werken. Stuk voor stuk kwamen de meubels op hun plaats (nu die transen nog, hoe durven ze om gelijke rechten te vragen?!) en werd het bijna leefbaar.





Want dat is ook wel wat een thuis is: leefbaar. Daar is meer voor nodig dan alleen spullen op de juiste plek, bijvoorbeeld warmte. En dan niet de warmte van mijn liefkozend hart. Nee, deze werd gegenereerd door airco's om vervolgens rap weer te ontsnappen via de keuken en de trap. Niet fijn als je terugkomt van de Vastenavend, even binnen wil zitten na het werken in de tuin (is dit altijd een never ending story of is onze tuin bezeten?) of gewoon GTA wil spelen op de bank met je dikke kat op schoot. Dat betekende dus dat er nog wat geklust moest worden in huis door onze favoriete aannemer. Gezellig, maar dus ook nog langer bij mijn ouders slapen.


Dat logeerpartijtje kon niet te lang duren, want mijn genderchirurg vindt mij een pakketje: te laat, gebutst en klaar om opengemaakt te worden, liefst met een scherp mesje. Gezien mijn ouders niet weten wat voor operaties ik heb gehad en sowieso een beetje raar zijn over mijn transitie, was dit gelijk een deadline: we moeten dan écht met kat en al in het huis kunnen wonen.


Die stress kon ook nog wel bij. Niet om de operatie zelf, maar het trans zijn in een nieuwe omgeving: wie weet dat ik trans ben? Wie zou het oké vinden, en wie niet? Wie is veilig? Waar is het veilig? Trans zijn voegt altijd een extra fondantlaagje toe aan de stresstaart. Het ziet er soms wel mooi uit, maar het is eigenlijk fucking goor - net als ik.
Maar soms moet je even door de smerige fondant heen bijten. Of snijden, in het geval van mijn chirurg. Makkelijker gezegd dan gedaan: ik loop volledig vast wanneer de stress me teveel is. Dat is iets dat iedereen wel herkent, alleen raak ik helaas redelijk rap op dat punt door de PTSS. Het is een proces op de achtergrond dat continu draait. Deze tekst is al lang genoeg, dus ik zal het kort houden: het draait continu om of/wanneer ik neergestoken ga worden. En dat kost veel energie, want het is geen rationeel iets dus het laat zich niet overtuigen door woorden. Maar soms wel een beetje door daden.
Tijd voor daden, dus met gestrekt been we in. Aannemer verteld van mijn operatie als deadline, en vervolgens ook maar dat ik zo'n omgebouwde ben waar Thierry Baudet heel bang voor is. Dit alles onder het genot van een zelfgebakken koekje voor mijn chirurg. Zijn reactie: "oh oké. Lekker koekje". Nou, probleem opgelost. Zo zouden meer mensen moeten zijn. Dat zorgt al voor een stuk minder stress. Toch fijn als ik helemaal mezelf kan zijn en er domme grappen over kan maken. Vooral als hij bij het opmeten dingen zegt als "ik had er eigenlijk een centimeter meer aan moeten laten".




Dat is gelukkig niet wat ik mijn chirurg hoorde zeggen een week geleden, dus dat ging ook allemaal goed. Zeker omdat ik gewoon mee kon kijken met alles dat ze deed, en de hele operatie heb kunnen zien. Oprecht een fantastische ervaring, al werd Geert nog witter dan hij al was toen ik enthousiast over de details begon. Je mag ook niks meer zeggen tegenwoordig. Gelukkig zei ik daarna niet zo veel meer, want het herstel was toch vermoeiend. Zeker omdat de meeste stress nu achter ons lag, kwam die vermoeidheid wel binnen. Gelukkig werd er goed voor mij gezorgd, en hadden we even tijd voor elkaar én de kat in ons nu gelukkig warme huis. Even rust.

Graag had ik gezegd dat ik die rust helemaal zelf had gecultiveerd en gekweekt, zoals Geerts moeder eigenhandig soa's kweekt. Helaas heb ik nog steeds PTSS, en alleen in het bezit van wat zwemdiploma's in plaats van de basisveiligheid waar de meeste mensen hun leven mee beginnen. Het zwaartepunt van de onrust die ik voelde, lag vooral bij dat ik het gevoel had dat mijn vangnet wegviel. Al het andere daar bovenop was te veel, waardoor niets meer lukte en ik in een spiraal belandde van onveiligheid die zichzelf bleef voeden.


Die spiraal werd doorbroken door dat vangnet zelf: een bezoekje aan mijn huisarts. Ik kan niet erg in detail treden, maar het komt er op neer dat ik wel echt op de ander kan vertrouwen, en dat die er onvoorwaardelijk voor mij is, ook al zit alles tegen voor ons allebei. Dat klinkt misschien als een vanzelfsprekendheid en iets dat je ook bij je familie, vrienden en zeker partner zou moeten voelen, maar de achterdocht die ik heb overgehouden aan mijn jeugd heeft altijd de overhand. Altijd zoek je ergens wat achter, gaat de ander je alsnog neersteken, doen ze het voor hun eigen gewin. Redelijk vermoeiend, maar ik heb er ook nooit mee gezeten - ik wist immers niet beter. In therapie leer je wel dat het niet zo is, maar ik kijk al sinds 2011 naar dezelfde powerpoint met dezelfde principes en daar ben ik niet beter van geworden. Wat gek zeg. Bijna alsof je die veiligheid moet ervaren in plaats van uit een boek moet leren, en dezelfde presentatie op repeat voor niemand goed is.


Dat gebeurde dus bij mijn huisarts, die ondanks alles toch bij me bleef, en het duurde even voor het binnen kwam. Waar het eerst voelde alsof ik probeerde te lopen op drijfzand, kreeg de grond onder mijn voeten langzaam een vastere vorm. Dat loopt toch net wat lekkerder.
Het loopt überhaupt lekkerder met een vangnet. Dat is veiliger. Dan durf je gewoon meer. Bijvoorbeeld uit de kast komen naar je aannemer en voorzichtig contact leggen met de mensen in je nieuwe omgeving terwijl je stapje voor stapje werkt aan je huis samen met je partner en je kat - hoewel die laatste vooral drollen toevoegt aan het interieur van zijn kattenbak, per de laatste trend van VT Wonen.



Misschien is dat wat thuis is. Niet een geografische locatie, maar de veiligheid die je met je meedraagt. Zodat uiteindelijk elke plek als thuis voelt. Al moet ik heel eerlijk zeggen dat het voor het eerst een beetje als thuis voelde toen ik de eerste keer naakt door het huis banjerde omdat ik mijn kleren beneden was vergeten. Hadden de overburen even geluk dat het rolluik stuk was.
Vandaag voelde ik me in ieder geval veilig genoeg om "GEERT HELP ER ZIT EEN GAT IN MIJN PIEMEL" naar beneden te roepen na het douchen, om er vervolgens achter te komen dat de aannemer inmiddels ook in onze woonkamer stond en dus ook had gehoord in welke penarie ik zat. Of hij zich nog veilig genoeg voelt om terug te komen kan ik niet garanderen.


Alles bij elkaar was het veel. Te veel. En dat is het soms nu nog. Maar met Geert, Sybrand, onze vrienden waar ik elke dag blij mee ben, en stiekem ook een beetje (understatement) mijn huisarts, wordt het misschien niet minder, maar wel comfortabeler om mee te zitten tot het minder wordt. En dat is in mijn ogen nog veel belangrijker.


